Reactie brand studentenflat

MdeV,

We staan voor een ingewikkelde evaluatie van de brand in de studentenflat en de rapporten die daarover zijn verschenen. Ingewikkeld, omdat een aantal actoren niet aanwezig zijn om nadere toelichting te verschaffen, en het college slechts verantwoording aflegt over haar eigen optreden.

Laat ik allereerst opmerken in navolging van het college dat de brandstichters de hoofdverantwoordelijken zijn voor de brand, de slachtoffers en de schade. Zonder brandstichting waren er geen slachtoffers en schade geweest, en zouden we hier vanavond niet over dit onderwerp hoeven praten. Het is bizar dat waarschijnlijk domme hebzucht zulke dramatische gevolgen heeft gehad. 

Een tweede opmerking betreft ook van onze kant een woord van dank voor de inzet van allen die die ochtend en dag en daarna in touw zijn geweest: de hulpdiensten, de Key en de bewonerscommissie, de gemeente en haar bestuurders en ambtenaren, en natuurlijk ook de ontruimde bewoners zelf.

Dan de brand. Ik ga niet in op de techniek van de brandbestrijding. Die is aan de brandweer om te evalueren en om van te leren. Wij moeten wél vanuit onze wettelijke taak daar toezicht op houden.  

Als oud-bewoner van deze studentenflats kan ik me goed voorstellen hoe moeilijk het was de brand van binnen uit te bestrijden in de krappe afdelingsgang. Ik herinner me als oud-bestuurslid van de bewonersvereniging dat er toen al zorgen waren over een eventuele brand en ontruiming. We hebben rond 1980 Annemarie Grewel, toen voorzitter van de Universiteitsraad van de Universiteit van Amsterdam, een aantal van de toen inpandige smalle en steile brandtrappen laten afdalen, om haar dat te laten ervaren. Ongeveer tien jaar later werden de uitpandige glazen noodtrappenhuizen geplaatst, die afgelopen juli voor de bewoners de meest voor de hand liggende vluchtroute vormden.

De op elke afdelingsgang aanwezige ontruimingsplattegronden hebben de bewoners de weg gewezen bij de ontruiming via deze noodtrappenhuizen. Ze lieten echter ook ruimte open voor een vlucht door het centrale trappenhuis. De bewoners die deze vluchtweg hebben genomen, hebben risico’s en verwondingen opgelopen, in één geval resulterend in de dood.

De vraag is of de gemeente en/of de brandweer aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de beslissing van inwoners die niet de voorkeurs vluchtroute hebben genomen. Hoe dramatisch de afloop is geweest voor sommigen, we laten de beoordeling van schuld of nalatigheid over aan het openbaar ministerie of aan de rechter. Dat is ook de reden dat ik hier niet nader in ga op de ontvangen raadsadressen en het rapport Wie Volgt.

Wij menen -net als het college- dat de bestrijding van de brand en de ontruiming in grote lijnen op adequate wijze hebben plaatsgevonden.

Dan komen we op het rapport van het IFV. Het door wetenschappers opgestelde rapport heeft in een aantal formuleringen en weergaven een hoog Nieuwe Revu-gehalte. Het lijkt alsof beweringen van ondervraagden worden overgenomen, die niet op waarheid worden getoetst, en de schrijvers signaleren niet zélf dat sommige constateringen en speculatieve formuleringen in tegenspraak zijn met eerdere formuleringen (over bijvoorbeeld de rookontwikkeling, of de route die slachtoffers hebben genomen). Er wordt niet doorgevraagd over de onbekende vluchtroute van slachtoffer 3 of waarom de Mobiele Dataterminal niet goed werkte. En over de brandwonden van slachtoffer 4 wordt in het rapport niets geschreven, terwijl de IFV-onderzoeker daarover wel mededelingen doet tijdens de presentatie aan de bewoners.

In tegenstelling tot wat het college vindt, vinden wij het een rapport dat meer vragen oproept, die vervolgens niet worden beantwoord. We hebben overwogen om alle discutabele citaten aan te halen om opnieuw nadere vragen over te stellen, maar we hebben daarvan afgezien, omdat ook andere fracties dat deels ook al hebben gedaan, en wij niet verantwoordelijk zijn voor dit rapport. We vragen ons af waarom het IFV in de tussentijd geen reden heeft gezien om haar rapport op onjuistheden te corrigeren of aan te vullen, en wat de Inspectie Veiligheid en Justitie daarvan vindt.

Dan enkele andere bevindingen.

We maken ons zorgen dat het heeft kunnen gebeuren dat de Mobiele Dataterminal in de eerste brandweerauto haperde (het rapport meldt niet of de terminal was uitgevallen, of wél werkte maar geen informatie over het gebouw bevatte), dat de bevelvoerder een woonkamer ten onrechte voor bergruimte aanzag, om het gebrek aan collegiaal motorkap-overleg, en de inschattingsfout van de OvD.  De vraag die zich dan opdringt is: hoe is de preventie en communicatie en de voorbereiding van de brandweer in de toekomst gewaarborgd bij andere hoge gebouwen en hoe wordt herhaling voorkomen?

De beantwoording door het college heeft onze zorgen niet weggenomen, eerder doen toenemen. Dat de brandweer niet met alle gebouwen bekend is, begrijpen we. Maar dat dat ook geldt voor hoge gebouwen, zoals deze studentenflats, vinden we onbegrijpelijk en meer dan zorgelijk.

Dan het rapport van het COT. Daarbij draait het om het bestuurlijk niet opschalen van GRIP-2 naar GRIP-3, waarvoor we achteraf begrip kunnen opbrengen. Het heeft de informatievoorziening en de afdeling communicatie die dag wat minder gecoördineerd gemaakt, maar in grote lijnen is de opvang en verzorging adequaat geweest. Wij adviseren het college verder te gaan oefenen met opschaling, ook in situaties waarin de burgemeester en anderen afwezig zijn. Ook vervangers moeten voorbereid zijn op hun taken bij een calamiteit.

Dan kom ik op de positie en de betrokkenheid van de raad. Die is minder dan voorheen, terwijl ik me als raadslid wel betrokken voel, en niet alleen bij een calamiteit.

In de periode tot 2000, toen ik eerder in de raad zat, stonden brandweerzaken (vaak investeringsbeslissingen) bijna elke maand op de agenda. Toen was er ook al een Regionale Brandweerorganisatie Amsterdam en Omstreken, een gemeenschappelijke regeling, waar ik algemeen bestuurslid van was totdat er alleen nog maar burgemeesters in werden benoemd. De plaatselijke brandweercommandant was enkele malen per jaar aanwezig in de raadscommissie om tekst en uitleg te geven over noodzakelijke aanschaffingen. De raadsleden waren vanuit hun eigen perceptie en vermeende zuinigheid kritisch, en vroegen wel eens of iets nu wel echt nodig was. Ze werden echter kundig bijgeschoold door de commandant. Van ons hoeft dit soort behandeling overigens niet in ere hersteld te worden.

Nú hebben we de Veiligheidsregio, ook een gemeenschappelijke regeling, maar zelfs vanavond is de regionale brandweercommandant niet in de raad aanwezig. Er is geen kennismakingsronde met de raad geweest, en dat hij er ook nu na een calamiteit niet is, vinden we geen goede zaak. Eén keer per jaar het jaarverslag, de jaarrekening en de begroting van de Veiligheidsregio behandelen in de raad, vinden wij ook te weinig om als raad betrokken te zijn bij een onderwerp dat ons allen aangaat bij belangrijke zaken als brandpreventie, brandbestrijding, niet-zelfredzame personen (zoals ouderen) en hoge flatgebouwen in Diemen. Dan praten we er hier alleen over na een calamiteit, zoals de explosie in Beukenhorst en de brand in de Rode Kruislaan. En dat er dan geen vertegenwoordigers van brandweer en de Key, maar ook de schrijvers van de rapporten niet aanwezig zijn, vinden wij een grote misser. Ook gelet op onze wettelijke verantwoordelijkheid voor de brandweer en de veiligheidsregio.     

Wij moeten ons als raad dat aantrekken. Hoe kunnen we onze betrokkenheid vergroten? Door het college, de burgemeester en de brandweer meer nadrukkelijk te volgen en te bevragen over dit onderwerp. Wanneer krijgt de raad de eerste evaluatie van het Integraal Vergunningverlening, toezicht en handhavingsbeleid van de gemeente Diemen, dat we in december vorig jaar hebben vastgesteld? In de bijlage daarvan werd in een evaluatie eind 2014 betere communicatie met de raad toegezegd. Wat is daarvan terecht gekomen? Wanneer krijgen we een evaluatie van de DVO tussen de gemeente en de brandweer? We zullen niet alleen moeten doorvragen over het halen van beleidsdoelstellingen en het aantal verleende vergunningen, maar ook over werkvoorraden en achterstanden, gebouwen en eigenaren die niet of traag meewerken, de werkafspraken en samenwerking tussen onze afdeling VTH en de toezichthouders van de Brandweer Amsterdam-Amstelland. En misschien nog meer. De praktijk is immers weerbarstiger dan het beleid. En juist aan de hand van praktijkgevallen kunnen we beoordelen of het beleid, de werkafspraken, de samenwerking voldoende zijn, of dat ze moet worden aangepast. En de raad bepaalt zelf wat ze wil vragen en weten. Dat behoort niet door anderen bepaald te worden. 

Tot zover onze eerste reactie

11/12/2017

Kunst in Diemen

Overdiemerweg

Artiest: Noor van Mens

Hartveldseweg met korenmolen

Artiest: A.B. Collwer

Zwevende studentenflats Rode Kruislaan

Artiest: Rob Schrama

Transportbeton Weespertrekvaart

Artiest: Louis Visser

De Kleisloot

Artiest: Ger Gerrits

Gezicht op Diemen vanuit het noorden

Artiest: Rembrandt van Rijn

"Mee naar Diemen-Zuid" Cd Hoes

Artiest: Lange Frans en Baas B

Naughty Nicky in De Omval

Artiest: Steven Dijk
Collectie: Peter Prins

Muidervaart

Artiest: Onbekend
Collectie: album 'Mijn Land' deel VII Bussink's Koekfabriek Deventer 1933

Intocht Canadezen Hartveldseweg

Artiest: S. de Boer
Collectie: gemeente Diemen

Gemeenlandshuis aan Diemerzeedijk

Artiest: Edzard Koning
Collectie: album Langs de Zuiderzee, collectie Verkademuseum Zaandam

Zicht op Diemen Noord

Artiest: Rieke van der Gaast
Collectie: A.F. van der Lugt

Oude deur Fort Diemerdam

Artiest: J.C. Suk
Collectie: Historische Kring Diemen

Wereldwinkel Diemen

Artiest: Hilda Kernell
Collectie: Wereldwinkel Diemen

De Sniep

Artiest: Luurd van der Dussen
Collectie: gemeente Diemen

Sint Petrusbandenkerk

Artiest: Rene Tosari

Diemerbrug

Artiest: Onbekend
Collectie: Historische Kring Diemen

Betlem's Ontspanning

Artiest: Onbekend
Collectie: Historische Kring Diemen

Betlem's Ontspanning

Artiest: Onbekend
Collectie: Historische Kring Diemen

Barry de Lama

Barry de Lama
Artiest: Lisa Peperkamp